Frans Haarman heeft het geluk dat hij al 46 jaar met passie zijn werk kan doen op Park Zuiderhout. Die passie geldt niet alleen voor het technische werk waar hij verantwoordelijk voor is, maar zeker ook voor de mensen die op het park wonen en werken. Frans straalt zo veel betrokkenheid en plezier in zijn werk uit, dat zijn zus Ilonka en dochter Nikkie ook op Zuiderhout zijn gaan werken. “Maar thuis praten we nooit over het werk hoor. Dat houden we goed gescheiden.” Het woord is aan Frans, Ilonka en Nikkie.
Frans (66) kwam op 1 januari 1980 op Zuiderhout te werken, in een tijd dat er in Nederland een enorme werkloosheid bestond. De Oosterhouter had een studie werktuigbouwkunde achter de rug maar kreeg de taak van receptionist, omdat de twee zusters van de receptie ziek waren geworden. Na een jaar of vier kon hij echter bij de technische dienst het werk gaan doen waarvoor hij was opgeleid en waar zijn passie lag. In vaste dienst ook nog eens. Meer dan veertig jaar lang deed hij samen met een aantal collega’s alle werkzaamheden die horen bij het technisch beheer, de verbouwingen en de nieuwbouw van het enorme complex in Teteringen.
“Dat werk gaat alle kanten op”, vertelt hij. “Dat begint eenvoudig met een slot van een bewoner repareren of een storing verhelpen tot het maken van een meer-jaren-onderhoudsplan, het plannen van een verbouwing of een complete nieuwbouw, vergaderen en financiën regelen. Elke dag is anders. En dat maakt het ook zo boeiend.”
Naast zijn werk op Zuiderhout was Frans ook nog eens jarenlang commandant van de plaatselijke brandweer dus kon hij zomaar meer dan honderd keer per jaar opgeroepen worden voor branden en andere ongelukken in de regio. Hij gaf vanuit die functie ook lessen en instructies over hulpverlening en brandbestrijding. Frans zat niet gauw stil.
“En in de techniek moet je altijd bijblijven”, vult hij aan. “De ontwikkelingen gaan snel en je mag niet achterop raken. Je bent dagelijks bezig met het leren van nieuwe dingen. De drive om dat allemaal bij te houden, heb ik altijd gehad. Het gaat van legionellabeheer tot het puzzelen hoe je in een monumentaal gebouw de zorg voor de bewoners met allerhande nieuwe technieken up-to-date kan houden. En de mensen van de zorg hebben niet altijd iets met techniek, ze willen mensen verzorgen en geen apparaten. Toch moeten wij er voor zorgen dat zij goed met de modernste technieken overweg kunnen.”
De bewoners van Park Zuiderhout zijn van divers pluimage. Aan de ene kant bestond de bevolking uit zusters, broeders en paters in het missiehuis. Aan de andere kant woonden er ook niet-religieuzen op Zuiderhout.
Frans: “Toen ik hier begon, begin jaren tachtig, kwamen hier mensen wonen zodra ze 65 jaar waren. Het waren meestal echtparen, nog relatief jong, fit en actief. Ze hielpen elkaar, werkten in de tuin, deden zelf boodschappen, reden met de auto overal naartoe, ze deden mee aan excursies. Ze zeiden: Frans als jij twintig liter verf regelt, dan schilderen wij onze drie appartementen zelf wel. Sommigen woonden hier wel 25 jaar.”
Die wereld is ingrijpend veranderd. Die zelfstandigheid en behulpzaamheid kom je nog wel tegen bij de paters in het missiehuis, maar nauwelijks meer bij de reguliere bewoners.
Frans: “Die komen hier als ze ver boven de tachtig zijn, vaak alleen en hulpbehoevend. Die kunnen zelf nauwelijks nog iets en ze kunnen elkaar ook niet goed meer helpen. Hun verblijftijd is gemiddeld nog een jaar. Dan komen ze te overlijden.”
Het beeld werd er niet minder treurig op in de coronatijd. Frans: “Dan lagen we in een zuurstofpak het motortje van een bed te repareren, waarin iemand lag die binnen drie uur zou overlijden. Er zijn toen in korte tijd veertien bewoners overleden.” Toch heeft die treurigheid geen vat gekregen op het humeur van Frans Haarman. “Je went eraan”, zegt hij. “Het is nu eenmaal zo.”
Frans heeft veel contact met collega’s in verzorgings- en verpleeghuizen in de omgeving, maar hoeft niet zonodig met hen te ruilen. Frans: “Park Zuiderhout heeft een hele aparte uitstraling. Dat heeft met de ligging te maken, met de tuin, de ruimte en de natuur die je hier voelt. Maar het heeft natuurlijk ook met mensen te maken. De keuze om veel aan kunst en cultuur en activiteiten te doen, schept hier ook een speciale sfeer, omdat de bewoners het zo waarderen.”
Frans weet na 46 jaar van elk hoekje en gaatje van het gebouw te vertellen wat het allemaal meegemaakt heeft. “Het gebouw gaat naar je hart staan”, zegt hij. In één van die hoekjes vond het personeel ergens halverwege de jaren tachtig een grenen kast met een bijzonder servies. Er stonden hakenkruizen op en het servies was duidelijk in gebruik geweest bij de Duitse bezetter van het gebouw. Volgens Frans had de entourage van Seyss Inquart nog een tijdje gebruik gemaakt van het gebouw. Maar waar het servies gebleven is weet niemand. Frans: “Spoorloos verdwenen. Niemand die het weet.”
Wat Frans belangrijker vindt dan dit stukje geschiedenis is het verhaal van het gebouw en het gevoel dat het oproept.
Frans: “Mensen van buiten zien een oud kloostergebouw. Wat ik belangrijk vind is dat ze weten dat dit geen spookhuis is, of een soort Zweinstein, maar dat hier mensen eeuwenlang hun levenservaringen naartoe gebracht hebben. Bewoners hebben vaak heel veel meegemaakt, in de oorlog, in Jappenkampen, in de missie. Sommigen werkten vijftig jaar lang op onherbergzame plekken in Zuid/Amerika, Afrika of Azië. Ze schreven woordenboeken over onbekende talen. Er zit hier een complete Winkler Prins aan kennis en ervaringen binnen. Dat voel je, als je hier rondloopt.”
Frans gaat in oktober 2026 met pensioen. Wat hij met al die vrije tijd gaat doen, weet hij nog niet. Hij heeft nog volop kansen. Zou hij over een jaar twintig in een appartement op Zuiderhout willen wonen? Frans schudt overtuigd nee, maar dat is vooral omdat hij nog niet behoefte heeft aan die tijd wil denken. “Ik ben nog zo actief. Ik wil nog zo veel dingen gaan doen. Als je hier terecht komt, dan weet je dat het in een jaar is afgelopen met je. Daar wil ik echt nog niet aan denken.”
