Ilonka van Seters-Haarman (59) Nikki Haarman-van Opstal (27)
“Ik ben via mijn broer Frans hier terecht gekomen. Eigenlijk ben ik er een beetje ingerold. Ik was 16 jaar toen ik hier vakantiewerk kwam doen. Later kreeg ik de kans om tweehonderd uur in de huishouding te werken. Door verschillende opleidingen te volgen, heb ik me ontwikkeld van zorghulp tot helpende en uiteindelijk verzorgende IG.
Ik heb op verschillende afdelingen met diverse doelgroepen gewerkt. Zo heb ik een hele tijd op een woongroep met licht dementerende mensen gewerkt, maar achteraf merkte ik dat dit niet helemaal bij mij paste.
Inmiddels werk ik in de extramurale zorg, waarbij ik mensen ondersteun die zelfstandig wonen maar wel medische hulp nodig hebben, zoals oogdruppels toedienen, helpen met steunkousen of ondersteuning bij het douchen.
Dat ik het hier zo lang volhoud, gaat voor mij vanzelf. Er is altijd afwisseling: bewoners veranderen en collega’s komen en gaan.
Op elke afdeling hebben we een huiskamer waar bewoners en verzorgenden elkaar kunnen ontmoeten. Vroeger hadden we hier meneer van Hal; hij zette koffie op de maandagen in de ochtend en dan dronken we gezellig een kopje bij hem met z’n allen.
Of bij meneer Huyskens had een collega zich verkleed als een oud dametje, waarna we deden alsof ze een nieuwe bewoner was. Hij geloofde het nog ook. We hebben toen enorm gelachen.
Er gebeurt hier veel en we kennen iedereen. Ik hoor weleens dat het er in andere verpleeghuizen zakelijker aan toe gaat en alles strak op de minuut gepland is. Wij werken ook hard, maar nemen daarnaast de tijd voor de mensen. Ik ben sowieso van het aanpakken: “eerst werken, dan zitten”.
“In een verpleeghuis overlijden regelmatig bewoners. Natuurlijk raakt mij dat. Dit werk wordt nooit routine, en dat mag het ook niet worden, we moeten blijven voelen.
Tegelijkertijd geeft het me rust om te denken dat iemand een mooi leven heeft gehad en dat wij in de laatste fase iets voor degene hebben kunnen betekenen. We hebben ons best gedaan en daarin kan ik berusten.
We zorgen ook voor de paters in het Missiehuis. Zij hebben mantelzorgers, maar merken dat ze steeds vaker ondersteuning nodig hebben. Tegelijkertijd zie je dat de paters en broeders ook veel voor elkaar doen. Het is mooi om te zien hoeveel steun zij aan elkaar hebben.
Nikki is een dochter van Frans en werkt sinds vier jaar op Zuiderhout
“Ik werk hier nu vier jaar. Of ik het zo lang vol houd als mijn tante Ilonka weet ik natuurlijk niet, maar ik hoop het wel. Want ik vind het hier erg leuk.
Ook ik ben er ingerold via mijn vader. Ik kwam hier als kind al. Ik heb een opleiding in de retail gevolgd, maar dit werk vind ik veel leuker om te doen. Ik ben begonnen als woonondersteuner. Dan ben je vooral met het welzijn van de bewoners bezig: ze begeleiden, een babbeltje, helpen bij het eten. Maar er zijn hier volop groeimogelijkheden, dus ik houd het wel vol.
Nadat ik mijn eerste kindje had gekregen, werden die late diensten wel wat bezwaarlijk. Sinds kort werk ik als receptioniste – net als mijn vader vroeger – en de receptie is een heel afwisselende plek. Je bent vaak een eerste aanspreekpunt voor iedereen: voor bezoekers, bewoners, collega’s… Er zijn altijd vragen om te beantwoorden of probleempjes om op te lossen, je moet flexibel en meegaand zijn.
In onze familie zijn we harde werkers. We pakken aan, maar we weten er zelf ook altijd iets leuks van te maken.”
Ilonka van Seters-Haarman (59) Nikki Haarman-van Opstal (27)
“Ik ben via mijn broer Frans hier terecht gekomen. Eigenlijk ben ik er een beetje ingerold. Ik was 16 jaar toen ik hier vakantiewerk kwam doen. Later kreeg ik de kans om tweehonderd uur in de huishouding te werken. Door verschillende opleidingen te volgen, heb ik me ontwikkeld van zorghulp tot helpende en uiteindelijk verzorgende IG.
Ik heb op verschillende afdelingen met diverse doelgroepen gewerkt. Zo heb ik een hele tijd op een woongroep met licht dementerende mensen gewerkt, maar achteraf merkte ik dat dit niet helemaal bij mij paste.
Inmiddels werk ik in de extramurale zorg, waarbij ik mensen ondersteun die zelfstandig wonen maar wel medische hulp nodig hebben, zoals oogdruppels toedienen, helpen met steunkousen of ondersteuning bij het douchen.
Dat ik het hier zo lang volhoud, gaat voor mij vanzelf. Er is altijd afwisseling: bewoners veranderen en collega’s komen en gaan.
Op elke afdeling hebben we een huiskamer waar bewoners en verzorgenden elkaar kunnen ontmoeten. Vroeger hadden we hier meneer van Hal; hij zette koffie op de maandagen in de ochtend en dan dronken we gezellig een kopje bij hem met z’n allen.
Of bij meneer Huyskens had een collega zich verkleed als een oud dametje, waarna we deden alsof ze een nieuwe bewoner was. Hij geloofde het nog ook. We hebben toen enorm gelachen.
Er gebeurt hier veel en we kennen iedereen. Ik hoor weleens dat het er in andere verpleeghuizen zakelijker aan toe gaat en alles strak op de minuut gepland is. Wij werken ook hard, maar nemen daarnaast de tijd voor de mensen. Ik ben sowieso van het aanpakken: “eerst werken, dan zitten”.
“In een verpleeghuis overlijden regelmatig bewoners. Natuurlijk raakt mij dat. Dit werk wordt nooit routine, en dat mag het ook niet worden, we moeten blijven voelen.
Tegelijkertijd geeft het me rust om te denken dat iemand een mooi leven heeft gehad en dat wij in de laatste fase iets voor degene hebben kunnen betekenen. We hebben ons best gedaan en daarin kan ik berusten.
We zorgen ook voor de paters in het Missiehuis. Zij hebben mantelzorgers, maar merken dat ze steeds vaker ondersteuning nodig hebben. Tegelijkertijd zie je dat de paters en broeders ook veel voor elkaar doen. Het is mooi om te zien hoeveel steun zij aan elkaar hebben.
Nikki is een dochter van Frans en werkt sinds vier jaar op Zuiderhout
“Ik werk hier nu vier jaar. Of ik het zo lang vol houd als mijn tante Ilonka weet ik natuurlijk niet, maar ik hoop het wel. Want ik vind het hier erg leuk.
Ook ik ben er ingerold via mijn vader. Ik kwam hier als kind al. Ik heb een opleiding in de retail gevolgd, maar dit werk vind ik veel leuker om te doen. Ik ben begonnen als woonondersteuner. Dan ben je vooral met het welzijn van de bewoners bezig: ze begeleiden, een babbeltje, helpen bij het eten. Maar er zijn hier volop groeimogelijkheden, dus ik houd het wel vol.
Nadat ik mijn eerste kindje had gekregen, werden die late diensten wel wat bezwaarlijk. Sinds kort werk ik als receptioniste – net als mijn vader vroeger – en de receptie is een heel afwisselende plek. Je bent vaak een eerste aanspreekpunt voor iedereen: voor bezoekers, bewoners, collega’s… Er zijn altijd vragen om te beantwoorden of probleempjes om op te lossen, je moet flexibel en meegaand zijn.
In onze familie zijn we harde werkers. We pakken aan, maar we weten er zelf ook altijd iets leuks van te maken.”